zondag 4 juli 2010

Vluchten

Al weken hoor ik het nummer A Song For A Son. Tot vanochtend leefde ik in de veronderstelling dat Mick Jagger in dit nummer zijn zangkunsten laat horen. Mij zit tussen de oren dat dit een door de Stones recent opgenomen nummer is dat begin jaren zeventig geschreven is. Dit allemaal ter promotie van de recente heruitgave van Exile On Main Street. Stones mooiste.

Blijkt A Song for A Son gewoon een nummer van de Amerikaanse band de Smashing Pumpkins te zijn. Hoe kan dat nou! Ik ken zanger Billy Corgan als iemand die zingt alsof hij achternagezeten wordt omdat hij stiekem jonge katjes doodt. Toen ik deze band live voor het eerst zag klonk ze als een straaljager die over oorlogsgebied raast. Vanochtend was een radiomaker zo vriendelijk om het rustige A Song For A Son keurig af te kondigen als zijnde des Pumpkins. Zanger Billy Corgan heeft waarschijnlijk veel naar House gekeken en zich een Engels accent aangemeten. Nu ik het weet kan ik zijn accent moeiteloos onderscheiden van dat van Jagger.

A Song For A Son is misschien de meest Engelse plaat van de Pumpkins. De oorlog klinkt als over, het katjes doden gestopt.

Exile On Mainstreet is de meest Amerikaanse plaat van Rolling Stones. Van gospel tot blues, vanaf de eerste tonen is er geen ontkomen aan. Exile On Main Street is voor mij de meeste briljante en complete plaat van de Stones. De plaat schalt door het huis en klinkt nog steeds als nu. Kijkend naar de hoes vraag ik mij weer af hoe je toch drie biljartballen in je mond kunt proppen.

Aan jonge katjes wil ik niet denken.

vrijdag 2 juli 2010

2e helft

"Brazilie wat pieker je, wat is daar aan de hand. Samen sterk, aan het werk. Jij bent een prachtig land." (vastenlied van Job uit 2009)

1e helft

"Als ze het doelpunt van Brazilie nog een keer laten zien zit ie er echt niet in hoor!" Job in de 20e minuut.

zondag 6 juni 2010

Ungeheuer

Anderhalve week geleden begon het groene monster kuren te vertonen. Het lampje van de remmerij werd roder dan rood. De blik van de garagist sprak boekdelen. Tekst om duidelijk te maken dat een ingreep wel eens de waarde van de auto kon overschrijden was niet nodig. Voor alle duidelijkheid ik heb het hier over onze BMW 520i sedan uit 1994, oftewel das Ungeheuer.

Noodgedwongen op zoek naar een nieuwe auto is gevaarlijk. Als je iets nodig hebt 'kost het altijd duur'. Een auto kopen is wel iets en normaal heb ik de neiging om als rechtgeaarde leraar veel tijd en energie te steken in informeren om alle onzekerheden voor te zijn. Tijd was mij door het rode lampje niet gegeven.

De morele druk om klein, fijn en nieuw te kopen heb ik bewust naast mij neer gelegd. Ik ben er inmiddels wel achter gekomen dat door de auto te zien als een wegwerpartikel de belasting voor het milieu vele malen groter is dan iets te kopen dat allang is geproduceerd en waarschijnlijk nog vele kilometers meekan. Op de snelweg rijden hybride auto's mij altijd met 130 voorbij. Waar komt dit gedrag vandaan. Voelen deze bestuurders zich moreel zo superieur dat ze snelheidsregels aan hun laars kunnen lappen. Begrenzen op 80. Dan begin je de energie en uitstoot die nodig is om zo'n batterij op wielen te produceren te compenseren.

Ik ben van de school dat iedereen een Toyota Land Cruiser moet kopen en daar 40 jaar in moet rijden. Ons budget laat dit niet toe. Het werd een 4 jaar jongere versie van das Ungeheuer. Hij stond bij de lokale Volvo dealer. Net ingeruild, de motor nog warm. Een dag later op het Pinkpop terrein besloten om tot aankoop over te gaan. Een touring met trekhaak. Kan ik eindelijk één keer in de maand op zaterdagochtend meehelpen met het ophalen van oud papier voor de kerk. Draagt deze BMW ook bij aan het geestelijke milieu. Großartig toch.

zondag 16 mei 2010

Dexter Morgan

Ten tijde van Quentin Tarantino’s opkomst en het ontstaan van de Nouvelle Violence werd er hevig gediscussieerd over het wel of niet kunnen van zoveel geweld in de film.

Toen in 1993 eindelijk de film 'Henry: Portrait of a Serial Killer' in ons land op het witte doek vertoond mocht worden kreeg ik bij het zien zowaar enige sympathie voor de seriemoordenaar. Gelukkig bleek Henry’s gedrag aan het einde van de film dusdanig amoreel en verwerpelijk dat ik de bioscoop met een gerust hart en schoon geweten kon verlaten. 'Serial Killer' zijn is gewoon niet o.k. ‘Plug in Otis' is trouwens nog steeds een tussen mij en vriend Frank gebruikte quote uit de film. Wij waren er samen bij toen één van de weinige nachtelijke voorstellingen met redelijk duister publiek plaatsvond in het Camera theater aan het Hereplein in Groningen.

De laatste dagen zijn de bloedspatten op tv niet meer te tellen. Vanaf vorige week zit ik elke avond rond een uur of elf gekluisterd voor de buis te kijken naar Dexter. Werkzaam als bloedexpert bij moordzaken in Miami heeft onze Dexter een geheim en probleem. Door een getroebleerde jeugd slaat hij namelijk zelf ook aan het moorden. Niet in het wilde weg, maar volgens eigen strenge regels. Een serie over een seriemoordenaar die andere seriemoordenaars en slechterikken uit de weg ruimt.

Was het bij serie 1 & 2 nog zo dat je per aflevering een week de tijd had om bij te komen. De VPRO zendt nu elke avond een aflevering uit van serie 3. Je hebt bijkans een zuurstofmasker nodig om het allemaal bij te kunnen houden.

Wat je ziet is op de keper beschouwd redelijk abject, maar sympathie voor Dexter wordt per aflevering opgebouwd. De vraag hoe Dexter zich nu weer uit tamelijk bizarre en hachelijke situaties gaat redden spookt na elke aflevering door mijn hoofd. Zijn vreemde gedrag wordt mede door de onweerstaanbare voice-over monologen volstrekt logisch.

'Let's just say i'm not exactly the boy next door'. Dexter Morgan heeft het gelukkig zelf door.

Vanavond om elf uur gaan we verder met Dexter roept de televisie. Ik kan niet wachten.

Geen discussie.

zondag 9 mei 2010

Moederdag

© Dorothea Lange - Migrant Mother 1936

Over moeder & 'beeld' gesproken.

zondag 2 mei 2010

Tandje hoger

Na vijftien jaar afwezigheid terug in het peloton. Een mooie kop in de week voor de start van de Giro in Amsterdam.

De jaren beginnen te tellen. Nu de veertig al vijf jaar gepasseerd is, wordt om met mijn voormalige buurman te spreken de landing ingezet. Om de douane te ontlopen ben ik weer begonnen met fietsen. Niet fietsen op een normale 'harley trapson', maar op een 'ros' dat gebouwd is om snelheid te maken.

Het leuke van wielrennen is dat het ook een gadget sport is. Korfbal bijvoorbeeld ontbeert dit. Het zal altijd een spel blijven. De fietsindustrie wil je laten geloven dat het materiaal er toe doet. Het zijn niet enkel de benen. Het is een combinatie van lichaam en materiaal. Ik ben wel ontvankelijk voor deze gedachte. Na jaren Volvo rijd ik tenslotte ook BMW.

Afgelopen week winkels en internet afgestruind om me te laten informeren en te kijken welke fiets mij het best zou passen. Je kunt het zo gek maken als je wilt.

Een stelregel in de wielrennerij is dat één gram gewichtsverlies op een standaard racefiets ongeveer één euro kost. Budgetbewaking is dus essentieel. Aan mijn eigen gewicht gaan werken is dus een win win situatie. Ik heb gekozen voor een aluminium frame.

Vandaag heb ik vijftig kilometer gekoerst op m'n nieuwe Cervélo. Tussen Annen en het illustere Spijkerboor zat ik wind tegen behoorlijk stuk. Op zoek naar het juiste beentempo begon ik te klooien met de versnellingen. Een indicatie dat er nog de nodige kilometers gemaakt moeten worden. Thuisgekomen weet ik weer waarom ik als student ooit lid was van wielervereniging Tandje Hoger.

Vijftien jaar jonger. Met dank aan Cervélo.

Deze week op zoek naar een nieuw koersshirt. De kleuren van '95 kunnen echt niet meer. Om over de maat maar te zwijgen.