Bij het betreden van de zaal schudt zanger Bad Blake zijn hoofd en mompelt iets in de trant van 'niet weer'. Het concert vindt plaats in een bowling centrum.
Ik kijk nog maar vijf minuten naar 'Crazy Heart' en deze film over countryzanger Blake, gespeeld door Jeff Bridges, doet geen enkele moeite mij niet te laten denken aan Jeff's meest definitieve rol ooit, die van 'Dude' in de 'Big Lebowski' van de broertjes Coen.
'Crazy Heart' is dun en zit boordevol cliché's, maar doet het er toe? Helemaal niet. De film kijkt lekker weg. Jeff Bridges is tenslotte altijd een feestje. Als country zanger gelauwerd met een Oscar, hij blijft 'His Royal Dudness'.
De makers van Guitar aficionado zijn het hier blijkbaar mee eens.
Na een week van meligheid met collega's H. en W. heb ik gisteren voor het eerst 'Annoying Orange' aan mijn kinderen laten zien. Voor de oudste een hit, voor de jongste duidelijk niet. Domme actie, want Job weet nu dat hij zijn tong half uit de mond moet steken en daarbij lawaai moet maken om situaties belachelijk te maken. Lot had moeite met het grote mes aan het einde van het filmpje. Zij meldt met overslaande stem dat zij dit filmpje niet weer wil zien en als Job zijn tong nog eens uitsteekt dan roept zij de neef van Job's vriend en klasgenoot Lars, die zit namelijk in het leger. Hij is de voor ons alleen uit verhalen bekende oorlogsneef. Irritant, want ridders zijn op dit moment de grens van onze opvoedkundige reikwijdte.
U begrijpt dat de vele vervolgfilmpjes van 'Annoying Orange' in huize van der Veen gewoon niet bestaan.
Ik stop met schrijven want Lot komt aangelopen en heeft een vermoeden van sinaasappel op het beeldscherm. Voor je er erg in hebt kan een simpele sinaasappel verworden tot een Princip, de man die de trekker overhaalde om Franz Ferdinand te vermoorden.
Het einde van een mooie zondag. Ids, Jesse en Petra waren op bezoek. Samen naar het bos. Daar ontstond het idee om hout te sprokkelen. Het gesleep en gesjouw geeft dit als resultaat. Ben bang dat sprokkelen de komende weken een vast onderdeel van de wandelingen gaat worden. Als ze maar geen pyrofiel worden.
Bij de evangelicalen op t.v. verbazen de heren aan de gesprekstafel zich over Wilders. Hij wil garanties over het stemgedrag van CDA kamerleden. Dit wordt terecht niet geaccepteerd en Wilders trekt de stekker eruit.
Heb ik het mis. Wilders hecht toch aan onafhankelijkheid. Het geweten van Wilders speelt op 3 september 2004 dusdanig op dat hij wel uit de VVD moet stappen.
Ik denk dat Wilders binnenkort ook zeggenschap wil hebben over de formatie in België. Raakt ons Nederlanders ook. Hij vindt vast wel iets over positie van Vlaanderen t.o.v. Wallonië. Ik ben ook benieuwd wat hij volgende week in New York gaat zeggen als hij zijn geweten laat spreken over de bouw van een moskee.
Volgens Kant begint onze kennis met ervaring. Klink had afgelopen maand de zijne en kwam tot inzicht. Wilders heeft blijkbaar een Copernicaanse wending gemaakt. Hij is ridder geworden tegen de Verlichting.
Verbazing! Ik begin de stekker steeds beter te begrijpen.
Toen het Oosterpark nog als thuisbasis fungeerde voor de lokale FC werd ik begin nulties op een zondagmiddag door broer en vriend E. uitgenodigd voor een thuistreffen. De tegenstander weet ik niet meer. Broer en vriend waren lid van de club van ondernemers rond de FC. Aangekomen op het parkeerterrein voor de hoofdtribune, bestemd voor directie, spelers, staf en belangrijke entrepreneurs die de FC financieel steunen, wees E. mij op de gereserveerde parkeervakken voor een grote onderwijsinstelling uit de stad. E. vroeg mij als onderwijsman hoe het toch kan dat een school zich op dit niveau inlaat met de FC en zich gedraagt als een hoofdsponsor met dito privileges. Een antwoord kon ik op dat moment niet bedenken.
Afgelopen voetbalseizoen zat ik aan het eind van de competitie op de tribune van de FC in de Euroborg. Groningen speelde om des keizers baard tegen het Tilburgse Willem II, dat dapper probeerde degradatie af te wentelen. Vriend M. had om zijn bedrijf te promoten de middenstip gesponsord en langs het speelveld was gedurende de wedstrijd een aantal keren het logo van zijn bedrijf te zien. Het klinkt als een slechte sketch, maar M. zelf was er niet, hij was om met Wim de Bie als videokeizer te spreken 'naar het buitenland voor zakelijk'.
Mijn oplettende buurman geeft mij een duw als na het verschijnen van M’s bedrijfsnaam over de volle lengte van het veld de naam van een andere grote onderwijsinstelling uit de stad verschijnt. 'Maar goed dat M. dit niet ziet, hij betaalt veel eigen geld om te sponsoren.', was zijn commentaar. Ik had geen antwoord en een volle tribune is niet de plaats om een onderwijsinhoudelijke discussie te beginnen.
Een maand geleden zit ik op de bank te zappen en zie bij toeval het fragment boven deze tekst. De voorzitter van de grote onderwijsinstelling spreekt over zijn ambities om het zieltogende gebied rondom het stadion de Euroborg nieuw elan en esprit te geven. Mijn gedachten op dat moment zal ik u besparen. U begrijpt dat ik het niet helemaal meer begrijp.
In de week daarop krijg ik een exemplaar van het glossy magazine 'Entrepreneur' onder ogen. Op de cover siert een foto van dezelfde voorzitter van, naar ik inmiddels begrijp, meer dan enkel en alleen een grote onderwijsinstelling. In een uitgebreid interview wordt duidelijk dat hier een netwerker pur sang aan het woord is. De maatschappelijke betrokkenheid druipt van alle activiteiten af. Al lezende bekruipt mij het gevoel dat veel van die activiteiten in dienst staan van de bestuurder zelf. 'IJdelheid der ijdelheden, alles is ijdelheid.', staat er geschreven in de Schrift. De welhaast verontschuldigende toon bevestigt mijn achterdocht.
Volgens mij wordt er een categorische denkfout gemaakt als het succes van een onderwijsinstituut wordt afgemeten aan de hand van aanbod en diversiteit.
Het is geen geheim dat leerlingen uit het beroepsonderwijs te veel en te vaak vrij rondlopen. Lesuitval moet niet verward worden met werken aan zelfstandigheid. Natuurlijk moet een school een oefenplaats van de samenleving zijn. Natuurlijk moet een leerling voorbereid worden op zijn of haar toekomstige verantwoordelijkheden. Maar dat het in de grote mensenwereld ook zo werkt wordt te makkelijk als argument gebruikt om verantwoordelijkheden bij leerlingen neer te leggen. Dat leerlingen door de bomen het bos niet meer zien en afhaken is dan ook niet verwonderlijk. Als intensieve begeleiding (lees lessen) geen prioriteit meer krijgt is het oordeel dat de jeugd van tegenwoordig ongemotiveerd door het leven gaat op zin minst twijfelachtig.
Als je als schoolleider het begrip 'maatschappelijke betrokkenheid' maar vaak genoeg in de mond neemt gaat men vanzelf in de relevantie ervan geloven. Nieuwe opleidingen met een hip en chique karakter schieten als paddestoelen uit de grond. Geef er een maatschappelijke draai aan en je hebt de goegemeente voor je gewonnen. Hoe vaak blijkt niet dat programma’s van deze nieuwe opleidingen te dun zijn. Het oneerlijke is dat leerlingen een worst wordt voorgehouden die niet kan worden waargemaakt. Er wordt kunstmatig een economie binnen de economie gecreeerd. Zo kan ik ook ondernemer en lid van de Commerciele Club zijn. Je moet dan ook niet vreemd opkijken als echte entrepreneurs hun wenkbrauwen fronzen. In de wetenschap dat veel leerlingen doelloos rondlopen, klinkt de ambitie van het onderwijs om op een bedrijf te lijken wel heel cynisch. Samen enthousiast op weg naar niets. Abstracte grappen zijn over het algemeen niet de beste grappen.
Wees eerlijk. Als schoolleider ben je geen entrepreneur. Je verantwoordelijkheden liggen ergens anders. Je werkt met gemeenschapsgeld en je leerlingen zijn geen klanten.
Over wellness gesproken.
Tijden veranderen, maar ik moet denken aan die avond dat mijn oude heer laat thuis kwam van een kerkeraadsvergadering. Hier was de vraag aan de orde geweest of de koster op kosten van de kerk zijn horeca diploma moest halen. Dit gaf de mogelijkheid de kerk tevens te gebruiken voor bruiloften en partijen. Mijn vader vond dit terecht een onzalige gedachte.
Misschien is een auto met chauffeur een aardig idee?
Na mijn succesvolle bezoek aan Oud Eik en Duin van woensdagavond wil ik het er eigenlijk niet meer over hebben. De zomergast van gisteren had het er bij herhaling over. Ik zag o.a. Het carnaval der rouwenden van Boudewijn Büch voorbijkomen. En alsof de duvel er mee speelt las ik vanochtend in de krant zowaar een artikel over één van mijn favoriete fotografen, Paul Fusco.
Büch reageert in zijn column op de manier waarop in dit land werd omgegaan met de dood van Pim Fortuyn. "Het toejuichen van een rouwstoet – ik kan er niet mee leven. De politiek moet weer gaan leven, maar de dood dient dood te blijven. Stil, verdrietig en ongelooflijk doodstil. Ik wil de vogels weer horen fluiten op de begraafplaats. Ik wil het geknisper van boekettencellofaan, het zingen van hitparadeliederen en het scanderen van slogans niet meer horen. Ik wil dat de dood terugkeert naar wat zij behoort te zijn: gruwelijk, onbegrijpelijk en afschuwelijk." Dit was zijn slotalinea.
De dood is het stilste levenslied, met de nadruk op stil en niet op lied.
Paul Fusco maakte voor Magnum ooit een fotoverslag van de tocht naar huis van de vermoorde broer van de vermoorde president die bijna president werd. U begrijpt natuurlijk direct dat het hier om Robert Kennedy gaat. De kist met zijn ontzielde lichaam maakte indertijd een tocht van New York naar Washington per trein. Fusco fotografeerde de vele mensen die zich langs het spoor hadden opgesteld om de presidentskandidaat de laatste eer te bewijzen. Een deel van dit werk hangt deze zomer in het uitvaartmuseum in Amsterdam.
Het nodige kun je zeggen over het tijdsbeeld en sociale karakter van de foto's. Toen ik dit werk een aantal jaren geleden voor het eerst zag was ik geroerd door de kracht. Snapshots zijn het zeker niet. Hier is een fotograaf aan het werk die duidelijk boven de materie staat. Het onderwerp zelf niet in beeld onderstreept dit.
Moet ik deze zomer naar het uitvaartmuseum. Ik dacht het niet. Onder de titel RFK Funeral Train is dit werk ooit prachtig uitgegeven.